fbpx

De voornaamste bedoeling van De Herder’s Staf is om de lang verborgen mysterie aangaande het altijd-uitdagende en veelbesproken onderwerp van de 144.000 (Openb.14:1) te onthullen, met het centrale doel in gedachte om onder Gods volk die “grondige hervorming,” welke door de Geest der Profetie (Testimonies...

[vc_row css_animation="" row_type="row" use_row_as_full_screen_section="no" type="full_width" angled_section="no" text_align="left" background_image_as_pattern="without_pattern"][vc_column css=".vc_custom_1612334900895{background-color: #ffffff !important;}"][vc_column_text]

 

1

GRONDREGELS (GRONDWET) 3-8
Artikel I------------Naam 3
Artikel II----------Doel 5
Artikel III---------------Lidmaatschap 5
Artikel IV -- Functionarissen en hun taken 5
Artikel V -- Sessies 7
Artikel VI -- Bij-regels 8
BIJ-REGELS 9-11
Artikel I --------Bestuursraad 9
Artikel II---------Arbeidersvergoeding 10
Artikel III---------Inwijding van voorgangers 10
OORSPRONG, NAAM , MISSIE, PATROON 12-20
DE MOZAïSCHE—EEN TEGENHANGER 15
DE DAVIDISCHE—EEN TEGENHANGER 16
DE EZRAïSCHE—EEN TEGENHANGER 17
DE APOSTOLISCHE—EEN TEGENHANGER 18
ORDE 21-27
DE OUD-TESTAMENTISCHE KERK—EEN TEGENHANGER 22
DE NIEUW-TESTAMENTISCHE KERK—EEN TEGENHANGER 24
DISCIPLINE 28-40
OPVOEDING 41
SCHOOL PATROON EN ONDERWIJSPROGRAMMA 41
KWALIFICATIES EN TAKEN VAN LERAARS 51
SAMENWERKING VAN OUDERS 65
KWALIFICATIES VOOR ARTSEN 67
KWALIFICATIES VOOR VERPLEGERS 76
Kwalificaties (eigenschappen voor allen) 80
Kwaliteiten voor kerkleden 87

De Leviticus

van

de Davidian Zevende dags Adventisten (CONCEPT)

Voorwoord

Provisorisch(tijdelijk) zijnde zowel in opbouw als ook in naam, bestaat de Davidian Zevende-dags Adventistische Associatie alleen om een goddelijk toegewezen werk binnen het Zevende-dags Adventistische kerkgenootschap te voltooien, waarin het daarom ook strikt zijn activiteiten bepaalt. Naar mate haar werk daarin tot een afsluiting komt, en de “dienstknechten van onze God”(Openb. 7:3) verzegeld zijn, zal haar naam veranderd worden(Jes 56:5; 62:2 ;65:15) en haar doel en haar werk alles-omvattend zijn tot het evengelie (Matt 17:11; Handelingen 3:21; Jes 61:4-7). Dan zullen haar Grondregels en Bijregels, zoals ze hierin geordend zijn, volledig werkzaam worden. {LDSDA: 2.1}

2

 GRONDREGELS (GRONDWET)

Artikel I------------Naam

Afdeling 1. Deze Associatie zal tijdelijk bekend staan als de Davidian Zevende dags Adventisten, de profetische spruit van de ouder{lijke} Zevende-dags Adventistische, de Laodiceaanse, kerk. {LDSDA: 3.1}

     De naam: Davidian, afleidend van de naam van de koning van het Oude Israel, komt aan deze Associatie toe uit hoofde van haar volgende aspecten :Ten eerste, is het toegewijd aan het werk van het aankondigen en tot stand brengen van de restauratie {het herstel} (zoals voorzegd in Hosea 1:11; 3:5) van Davids Koninkrijk in antitype, de troon  waarop Christus, “de zoon van David,”zal zitten. Ten tweede, stelt het zichzelf voor als te zijn de eerste van de eerste vruchten van de levenden, de voorhoede van tussen de hedendaagse afstammelingen van die Joden die deel uitmaakten van de Vroegere (Eerste) Christelijke Kerk. Met het verrijzen van deze voorhoede en haar leger, de eerste vruchten, uit welke 12.000 zijn uitverkoren uit elk der twaalf stammen van Jakob, “de 144.000” (Openb. 14:1; 7:2-8) welke staan op de berg Sion met het Lam (Openb. 14:1; 7:2-8), vangt de regering aan van de antitypische David. {LDSDA: 3.2}

3

De naam Zevende-dags Adventist ,welke deze Associatie erft van de moeder organisatie, is tijdelijk (Jes. 62:2) en  alleen voor de duur van haar werk binnen de moeder organisatie. {LDSDA: 4.1}

 Afdeling 2

De literatuur van de Associatie, De Shepherd’s Rod Series (Herdersstaf Series), trekt zijn titel uit de staf van Mozes de herder van Midian. In de  uittocht in zijn dagen, was het de staf die de kinderen van Israel vrijmaakte van de Egyptenaren en later de wateren sloeg van de Rode Zee, zodoende voorziend in een toevluchtsoord voor de vluchtelingen en een dodelijke val opstellend voor hun achtervolgers.Om deze reden heeft de literatuur de naam “Shepherd’s Rod”

{“Herdersstaf“}, om haar speciale werk te identificeren en te onderscheiden, waarvan Jesaja schreef: “Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrie, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland , en van Elam en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee” (Jesaja 11:11);  en om te attenderen op de opmerkelijke vervulling van Micha’s profetie: “De stem des Heeren roept tot de stad, en de man van wijsheid zal Uw naam zien: Hoort gij de roede, en Wie ze besteld heeft”. Micha 6:9 {KJV}. {LDSDA: 4.2}

4

Artikel II----------Doel

Afdeling I

Het doel van deze Associatie is om onder Gods volk die reformatie voort te brengen waartoe opgeroepen wordt in Testimonies for the Church {Getuigenissen voor de Kerk}, Deel 9, blz.126, als een noodzakelijk vereiste beweging voor het luiden van de “Oproep van het Elfde Uur” ( Matt. 20 :6,7) van “het eeuwigdurende evangelie. ... naar elke natie , en geslacht , en taal en volk”. Openb. 14:6. Door deze oproep, de Luide Roep van de drie engelen-boodschap, zal het “het volk van de heiligen des Allerhoogsten”(Dan 7:27) bijeenvergaderen, in het koninkrijk “dat in der eeuwigheid niet zal venietigd worden.....maar....zal al die koninkrijken in stukken breken  en verteren” Dan 2:44 {KJV}. Aldus zal het inluiden de regering van Christus als Heer der heren en Koning der koningen over geheel de aarde voor eeuwig. {LDSDA: 5.1}

Artikel III---------------Lidmaatschap

Afdeling I

Het lidmaatschap van deze Associatie zal alleen bestaan uit personen die de gehele geloofsovertuiging onderschrijven en in hun leven de totale agenda (alle besproken onderwerpen) van de voorgenoemde Associatie verwezenlijken. {LDSDA: 5.2}

Artikel IV -- Functionarissen en hun taken

Afdeling I

(a)  De standaard functionarissen van deze associatie zullen zijn

-     een president,

-     een vice president

-     een secretaris(esse)

-     een penningmeester {LDSDA: 5.3}

5

(b)De president zal geroepen en gekozen worden volgens de procedure voortvloeiend uit

Exodus, hoofdstuk 3 , verzen 10, 15 en 16; hoofdstuk 4, vers 17; Ezechiel, hoofdstuk     3,vers 17; en Lukas, hoofdstuk 6, vers 13. {LDSDA: 6.1}

(c)Alle andere functionarissen van deze Associatie, zullen aangesteld worden volgens de procedure voortvloeiend uit Numeri, hoofdstuk 11, verzen 16, 17, 24 en 25, en

 Handelingen 6:1 tot 7 en hoofdstuk 13, verzen 1 tot en met 3. {LDSDA: 6.2}

Afdeling II

De president zal, zoals getypeerd in Exodus, hoofdstuk 4, en in Numeri, hoofdstuk 16, verzen 12 en 25 tot en met 32, handelen als voorzitter van de Bestuursraad (Uitvoerend Orgaan), als hoofd bestuurder van de aangelegenheden van de Associatie, en als een werker en  voorganger in het algemeen belang van de Associatie. {LDSDA: 6.3}

Afdeling III

De vice president zal, in overeenstemming met het voorbeeld opgetekend in Exodus, hoofdstuk 7, verzen 1 en 2, de president assisteren in het beheren van de aangelegenheden van de Associatie. {LDSDA: 6.4}

6

Afdeling IV

De secretaris zal de voortgang van alle bijeenkomsten van de Associatie bijhouden en andere taken uitoefenen die gepaard gaan met het bekleden van een dergelijke functie. {LDSDA: 7.1}

Afdeling V

De penningmeester zal alle fondsen van de Associatie in ontvangst nemen en ze uitbetalen volgens de voorbeelden opgetekend in de volgende schriftgedeelten: Exodus, hoofdstuk 36, vers3; Ezra, hoofdstuk 8, verzen 21, 24 tot en met 30; Handelingen, hoofdstuk 4, verzen 35 tot en met 37; en hoofdstuk 6, vers 3. {LDSDA: 7.2}

Artikel V -- Sessies

Afdeling I

De Associatie zal regelmatig vergaderingen {zittingen} houden op die tijden en plaatsen die de Bestuursraad zal aangeven door een melding, gepubliseerd in The Symbolic Code {De Symbolische Code}, het officiele orgaan van de organisatie, in twee opeenvolgende afleveringen voorafgaand aan de datum van de opening van de vergadering. {LDSDA: 7.3}

Afdeling II

(a)  Speciale vergaderingen mogen opgeroepen worden, op dezelfde manier als een gewone vergadering wordt opgeroepen. {LDSDA: 7.4}

(b)  De besluiten genomen bij een speciale vergaderingen zullen dezelfde kracht hebben als die genomen bij de gewone vergaderingen. {LDSDA: 7.5}

Artikel VI -- Bij-regels

7

Afdeling 1

Bij-regels mogen elke voorziening omvatten die niet in tegenstelling is met de Grondregels. {LDSDA: 8.1}

Afdeling II

De Associatie mag bij elke vergadering ervan,bijregels in werking doen treden, verbeteren of herroepen, door zulks een representatie en stemming zoals is uitgebeeld in The Acts of the Apostles, blz 195, 196 {Van Jeruzalem tot Rome, blz 144,145}. {LDSDA: 8.2}

8

  BIJ-REGELS

Artikel I --------Bestuursraad

Afdeling I

(a)  De Bestuursraad zal het patroon hebben de raad zoals is beschreven in Handelingen, hoofdstuk 6, verzen 2 tot en met 6. {LDSDA: 9.1}

(b)  Het zal volledige bestuurlijke en administratieve kracht hebben tussen de vergaderingen {sessies}van de Associatie in. {LDSDA: 9.2}

(c)  Het zal bekleed worden met de bevoegdheid om geloofsbrieven en vergunningen te verstrekken, en vacatures te vervullen die mogen ontstaan in elk van de functies van de Associatie, met uitzondering van de functie van President. {LDSDA: 9.3}

Afdeling II

Een meerderheid van de volle lidmaten van de Bestuursraad zal, na tijdige bekendmaking aan de beschikbare leden, een quorum {vereist aantal leden} aanstellen van de Bestuursraad. {LDSDA: 9.4}

Afdeling III

(a)  Bestuursvergaderingen mogen door de voorzitter of door ieder ander lid van het  Bestuur door hem aangewezen of gedelegeerd, bijeengeroepen worden. {LDSDA: 9.5}

(b)Bestuursvergaderingen mogen op ieder tijdstip samengeroepen worden. {LDSDA: 9.6}

 (c)Ze zullen gehouden worden op het algemene hoofdkantoor, tenzij anders aangegeven door een quorum van de Bestuursraad. {LDSDA: 9.7}

Afdeling IV

Bestuursvergaderingen met een minimum aantal van minder dan 7 leden van de Raad, mogen gehouden worden bij het Algemene Administratie Kantoor

9

 voor de transactie van noodzakelijke of routine zaken. {LDSDA: 9.8}

Artikel II---------Arbeidersvergoeding

Afdeling I

De vergoedingen en uitgaven van alle arbeiders in dienst van de Associatie zullen bepaald en aangepast worden door de Bestuursraad. {LDSDA: 10.1}

Afdeling II

(a)  De hoofdzakelijk werkbare fondsen van de Associatie zullen bestaan uit de tienden en de offers. {LDSDA: 10.2}

(b)  Onverwachte fondsen zullen bestaan uit donaties, legaten, nalatenschappen en interne opbrengsten. {LDSDA: 10.3}

Artikel III---------Inwijding van voorgangers

Afdeling I

(a)  De Davidian Zevende-dags Adventisten zullen alleen de schriftuurlijke wet van inwijding erkennen; te weten 1-dat de roep tot voorganger van het evangelie van God tot de indivudu moet komen en dat 2- het opgevolgd dient te worden in strikte getrouwheid aan de vereisten van de evangelie orde, zoals afgekondigd in Lukas, hoofdstuk 10, verzen 3 tot en met 9; Mattheus, hoofdstuk 10, verzen 5 tot en met 11;en 1 Timotheus, hoofdstuk 3, verzen 1 tot en met 7. {LDSDA: 10.4}

(b)  Als en wanneer ten volle bewijs is geleverd dat in de bediening van iemand deze vereisten vervuld worden, zal de Bestuursraad bevoegdheid erkennen

10

van zijn roeping om deel te nemen aan het heilige werk van de  bediening zoals fundamenteel wordt gedefinïeerd in Mattheüs, hoofdstuk 10, en zal hem of inwijden of vergunning (toestemming) verlenen zoals het geval  het rechtvaardigt. {LDSDA: 10.5}

Afdeling II

Een ingewijde voorganger zal bekleed zijn met het recht om  de waarheden te prediken en te onderwijzen, de grondbeginselen, en de lessen, en om de bedienende ambten{taken}, diensten en ceremonies{vormelijkheden}uit te voeren, zoals uiteengezet in de Schriften. {LDSDA: 11.1}

Afdeling III 

Een voorganger die (vergunning) toestemming is verleend zal bekleed zijn met het recht tot het prediken en onderwijzen van de waarheden,de grondbeginselen en de lessen, zoals uiteengezet in de Schriften, maar niet om de bedienende ambten, diensten en ceremonies uit te voeren, behalve bij gelegenheden die gerechtvaardigd worden door speciale, door de Raad bevoegdheidgevende, uitgesproken rechten . {LDSDA: 11.2}

11

OORSPRONG, NAAM , MISSIE, PATROON

De Davidians zijn de zijtak van het vervallen Zevende-dags Adventisme, profetisch voorgesteld in Ezechiël, hoofdstuk 9. Haar leden zijn voornamelijk zij die uitgeworpen zijn en beroofd zijn van de gemeenschap van hun Zevende-dags Adventisten kerken. Zodoende gescheiden van hun kerk en haar naam ontzegd {zijnde}omdat ze gehoor hebben gegeven aan de stem van de Staf, de stem van de Goede Herder, worden zij geroepen door de naam, vastgelegd in het werk van de Staf, “Davidian Zevende-dags Adventisten,” tot de tijd wanneer ze  zullen worden “genoemd met een nieuwe naam”, welken des Heeren mond noemen zal “Jesaja 62:2. {LDSDA: 12.1}

Aldus onstaan uit noodzaak, en niet uit keus, is deze Associatie binnen de Zevende-dags Adventisten organisatie voorbestemd tot het werk met een drievoudig doel: 1. Het moet gaan tot het huis van “Israël en Juda” (Ezech. 9:9), en “om de genodigden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed”. Lukas 14:17. En hoewel zij die het eerst de oproep horen zichzelf zullen verontschuldigen (verzen 18-20),  zullen “de armen en verminkten en kreupelen en blinden”van “de straten en wijken der stad” (verzen 21, 22) gehoor geven. 2. Dienovereenkomstig, moet het die “grote reformatorische beweging” tot stand brengen en de reiniging waartoe over geroepen wordt “onder Gods volk” Testimonies for the Church {Getuigenissen voor de Kerk}, Vol. 5, blz. 80;

12

Vol. 9, blz. 126. Met de uit dit werk resulterende vruchten., de eerste van de oogst, zal het het Koninkrijk inluiden (Micha 4:1,2). 3. Dan zal het met een luide roep “gaan op de hoofdwegen en paden (Lukas 14:23), verkondigende “het eeuwige evangelie......tot hen die op de aarde wonen, en aan alle natie, en stam, en taal, en volk ”(Openb 14:6) “dopend.....in de naam van de Vader ,en van de Zoon, en van de Heilige Geest: hen lerende te onderhouden al wat” Christus geboo. (Matt 28:19, 20). Met de uit dit werk resulterende vruchten, de tweede van de oogst, zal het het Koninkrijk vergroten totdat het de gehele aarde vervult (Dan. 2 :35). {LDSDA: 12.2}

Zodoende, in het demonstreren “door machtige tekenen en wonderen, door de kracht van de Geest van God (Rom 15:19), de machtige kracht van het Koninkrijk , zal het een wereldwijde getuigenis geven dat Christus met Zijn kerk is “altijd tot aan de voleinding der wererld” Matt. 28:20. {LDSDA: 13.1}

Profetisch geroepen in de wijngaard des Heeren op “het elfde uur,” verkondigen de Davidian Zevende-dags Adventisten de Tegenwoordige Waarheid geopenbaard in het ontvouwen van de profetische boekrol (Testimonies For the Church {Getuigenissen voor de Kerk}, vol 6 blz. 17). Haar ernstige waarheden “openen voor hen die beslag leggen op de goddelijke verzekeringen van Gods Woord,” “wonderbaarlijke mogelijkheden” en

13

“voorrechten en verplichtingen welke zij zelfs niet verwacht hadden in de Bijbel te zijn.” -- Testimonies for the Church, Vol 8, blz. 322. {LDSDA: 13.2}

Als fundament voor hun structuur van Schriftuurlijke interpretaties, houden de Davidians vast dat “de ervaringen van Israël opgetekend zijn voor onze instructie {onderricht}” (Education p. 50, {Karaktervorming, blz.50}); dat “al deze dingen” inderdaad “met hun gebeurd zijn als voorbeelden ; en.....opgetekend staan ter waarschuwing voor ons, over wie de einden der eeuwen gekomen zijn” (1 Cor 10:11); dat daarom, waar er geen fundamentele type is, er ook geen fundamentele waarheid, een antitype, is, en ook  niet kan zijn; en dat als gevolg zij die niet “luisteren naar.....Mozes en de profeten, zich ook niet laten gezeggen indien iemand uit de doden opstond.”Lukas 16:31. {LDSDA: 14.1}

Dienovereenkomstig, omarmt deze reformatorische {hervormende} Associatie, onderdeel van de Zevende-dags Adventisten organisatie, een alles bijbehorende Schriftuurlijke fundamentalisme. En het is dientengevolge begiftigd met Grondregels en Bijregels belichamend de bestuurlijke principes en systemen van de viervuldige nalatenschap van de Exodus beweging,  het Davidiaanse Koninkrijk, de Richters, en de Apostelen , zoals toegelicht in De Geest der Profetie in de volgende passages, openbarend dat GOD het middelpunt van gezag is dat mannen {mensen} door Hem aangewezen de bestuurders zijn van Zijn wet: {LDSDA: 14.2}

14

BESTURING

DE MOZAïSCHE—EEN TEGENHANGER

“Het bestuur van Israël werd gekenmerkt door een uiterst grondige organisatie, wonderbaar gelijkend door haar eenvoud en volkomenheid. De orde, die zo kenmerkend was in volmaaktheid en regering van al Gods geschapen werken, openbaarde zich in de Hebreeuwse economie. God was het middelpunt van het gezag en het bestuur, de Soeverein {hoogste, onovertroffene} van Israël. Mozes was hun zichtbare leider, door God hiertoe aangewezen, om de wetten in zijn naam te handhaven. Uit  de oudsten van de stammen werd een raad van  zeventig gekozen om Mozes te assisteren in de algemene belangen van het volk. Daarnaast kwamen  de priesters, die de Here dienden in het heiligdom. Hoofdmannen werden aangesteld over de stammen. Onder dezen waren “oversten over duizend, oversten over honderd, oversten over vijftig en oversten over tien” {Deutoronomium 1:15}, en ten slotte beambten die voor speciale taken werden aangewezen.”—Patriarchs and Prophets, blz.374 {Patriarchen en Profeten, blz. 338}. {LDSDA: 15.1}

“In harmonie met dit plan ‘koos Mozes flinke mannen en stelde hen aan als hoofden over het volk, oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig, en oversten van tien. Dezen spraken te allen tijde recht onder het volk; de moeilijke zaken brachten zij tot Mozes, maar alle kleine zaken berechtten zij zelf.’ {Exodus 18:19-26}.” {LDSDA: 15.2}

15

“Toen Mozes later zeventig oudsten uitkoos, die met hem de verantwoording van het leiderschap zouden dragen, zorgde hij ervoor dat hij als zijn helpers waardige mannen uitkoos, die een gezond oordeel en ervaring bezaten. In zijn toespraak tot de oudsten, bij gelegenheid van hun ambtsaanvaarding, beschreef hij enige van de hoedanigheden die iemand moet bezitten om een wijs bestuurder in de gemeente te zijn. ‘Hoort de geschillen tussen uw broeders’, sprak Mozes, ‘en oordeelt rechtvaardig tussen de een en de ander, of dit diens broeder is dan wel de vreemdeling die bij hem woont. Gij zult in de rechtspraak de persoon niet aanzien; gij zult de onaanzienlijke evenzeer horen als de aanzienlijke; gij zult voor niemand vrezen, want de rechtspraak is Godes.’ {Deutoronomium 1:16, 17}.”—The Acts of the Apostles, blz. 93, 94 {Van Jeruzalem tot Rome, blz.67}. {LDSDA: 16.1}

“Israël werd bestuurd in naam en op gezag van God. Het werk van Mozes, van de zeventig oudsten en van de oversten en richters was alleen om nadruk te leggen op de wetten die God gegeven had; ze hadden niet de bevoegdheid wetten uit te vaardigen voor het volk. Dit was en zou zijn de voorwaarde voor het voortbestaan van Israël als natie. Van tijd tot tijd zond God mannen die door Hem waren geïnspireerd om het volk te onderrichten en toe te zien op de naleving der wetten.” -- Patriarchs and Prophets, blz.603 {Partiarchen en Profeten, blz. 552}. {LDSDA: 16.2}

DE DAVIDISCHE—EEN TEGENHANGER

“Koning David gaf tegen het einde van zijn regering een ernstige opdracht aan degenen die in zijn dagen de verantwoording van het werk voor God hadden

16

te dragen. Bijeengeroepen hebbende ‘alle oversten van Israël, de oversten der stammen, de oversten van de afdelingen die de koning dienden, de oversten over duizend, de oversten over honderd en de beheerders van alle have en vee van de koning en van zijn zonen, tezamene met de hovelingen, de helden en alle weerbare mannen’, beval de oude koning hen plechtig ‘ten aanschouwen van geheel Israël, de gemeente des Heren, en ten aanhoren van onze God,’ te onderhouden  en onderzoeken ‘alle geboden van de Here, uw God.’{1 Kronieken 28:1,8.} {LDSDA: 16.3}

>