fbpx

Deel 01 Symbolische Code Nr. 03

De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een

 Nr. 3

15 september 1934

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

Nieuws Uit Carolina

De schrijver zegt onder de datum van 6 augustus:

          “Ongeveer twee jaar geleden, werd er een tafereel opgevoerd in de Charleston kerk die een directe vervulling is van Hosea 1 en 2. Op dat gegeven tijdstip, werden tien van de beste leden van de kleine kerk als lid afgeschreven, zonder het voorrecht om een woord in hun eigen verdediging te voeren, tot nadat de stemmen waren genomen. Zij die werden uitgerukt, waren rustig en kalm, en sommige van hen schenen onder de directe Inspiratie van de Heilige Geest te zijn, want ze lazen, nadat de stemmen genomen waren, enkele zeer treffende dingen vanuit de Bijbel en de Getuigenissen toen ze de gelegenheid hadden. {1SC3:1.1}

          “Een moeder in Israel die een standvastige gelovige is in de “reformatie beweging,” dat in de Hstaf geleerd wordt, maar die niet behoorde bij de lijst van hen die als lid werden afgeschreven, stond op en pleitte met de predikant en de leden om de Staf voor zichzelf te bestuderen. Ze verklaarde verder aan hen, dat ze een verantwoordelijkheid op zich namen zonder te weten wat ze deden. In antwoord op haar verzoek, verklaarde de predikant dat hij niets had tegen degenen die als lid werden afgeschreven, en dat hij niet tegen de HStaf had gesproken, maar dat hij zijn opdracht van hogere hand had ontvangen, waarom deze geliefde zuster antwoordde: ‘Er is geen hogere macht dan God, ouderling.’ Deze moeder in Israel legde uit dat de Z.D.A. kerk in haar huis in de wieg was gelegd, en verwijzend naar degene die als lid werden afgeschreven, zei ze ‘Deze kinderen zijn mijn kinderen.” Het was een aandoenlijk pleidooi. {1SC3:1.2}

          Als de gordijn kon worden opgelicht, geloof ik dat we een engel zouden zien schrijven op de deur van die kleine kerk, ‘Ichabod,’ want ik geloof dat de Heer de plaats woest heeft achter gelaten na zo een onchristelijke handelwijze, welke die avond plaats vond. {1SC3:1.3}

          Dezen werden als lid afgeschreven, niet omdat ze geboden brekers waren, maar omdat ze het licht volgden dat God zo genadevol naar hen toezend om dit moment, hetgeen ze betere Z.D.A’s maakt dan ze ooit waren. {1SC3:1.4}

          Ondanks de vervolging, hebben we nieuw geïnteresseerden, die heel goede perspectieven vertonen, aantonend dat zij die proberen de HStaf een halt toe te roepen, het enkel op de voorgrond brengen,  ter vervulling van de woorden : ‘Waarlijk, de grimmige mensen moeten U loven, Gij beteugelt de rest der grimmigen.’” (Ps. 76: 10) {1SC3:1.5}

Nieuws Uit Wyoming

Een brief uit die staat zegt dat een Conferentie Comité een avond verscheen in de Sheridan kerk en alle HStaf gelovigen als lid afschreef. De president van de Conferentie handelde als voorzitter, en zoals hij toegaf die avond dat hij de naam van de schrijver van de HStaf, niet kende, bewijst het dat zonder persoonlijk onderzoek hij de boodschap en zij die erin geloofden veroordeelde. En hoewel hij geen persoonlijke kennis had van wat ze geloofden, gaf hij niemand een stem tot verweer van zichzelf. De gebruikelijke procedure en tegenstand was de volgorde van de bijeenkomst. {1SC3:1.6}

          Zr. Hendricks begrijpt dat ze de kerk gaan reorganiseren in een poging  om te voorkomen dat geen van de HStaf gelovigen de kerkdienst bezoekt. Het is hard om te geloven dat de Z.D.A. kerk, die al vanaf haar kinderjaren, godsdienstvrijheid heeft verdedigt, betrokken zou zijn bij het vervolgen van haar eigen leden, om geen andere reden dat voor het bestuderen van de Bijbel door de ogen van de Geest der Profetie. Het was juist zo een beleid dat het pausdom aanwende, toe ze hun volk verboden de Bijbel voor zichzelf te bestuderen. {1SC3:1.7}

          We betreuren het dat onze broeders zichzelf hebben toegestaan om beheerst en geleid te worden door de geest van de pauselijke tiran van de duistere eeuwen. Daarom is ons hart bedroefd voor diegenen die denken dat ze Gods dienst doen door zich zelf te bekronen tot “corrigeerders,” of “ketters,”en niet voor

1

degenen die vervolgd worden, want voor hun is de belofte: “Gezegend zijt gij, wanneer men u zal haten, en u uit hun midden zal scheiden, en u zal verachten, en u naam als kwaad zal verwerpen, om de Zoon des mensen. Verheugd u te dien dage, en spring op van vreugde; want zie, uw beloning is groot in de hemel, want op dezelfde wijze deden hun vaderen aan de profeten.”(Lukas 6: 22,23) {1SC3:1.8}

          Twee van de Sheridan zusters stelden een brief samen en stuurden een kopie ervan naar ieder lid van de kerk. {1SC3:2.1}

          Dit schijnt ware activiteit te zijn, en laat ons bidden tot God dat door de trouwe pogingen van deze zusters, velen zullen ontwaken om de Schriften voor zichzelf te onderzoeken voordat de “deur gesloten,” is. {1SC3:2.2}

In Het Belang Van Colorado

Dr. W.S. Butterbaugh, heeft ter verdediging van zijn kerklidmaadschap een lange brief geschreven aan de president van de Colorado conferentie, gedateerd 21 augustus, waar we het volgende uit citeren:        {1SC3:2.3}

“ U, als adviseur, had niet de autoriteit om mij als lid af te schrijven…. Want de Geest der Profetie zegt, ‘Een systeem van menselijk vernuft, met haar  veelsoortig nauwgezetheid, zal haar verdedigers ertoe leiden allen die tekort schieten te voldoen aan haar voorgeschreven menselijke standaard te oordelen…. Plaats uzelf niet als een standaard. Laat niet toe dat uw mening, uw visie van verantwoordelijkheid, uw interpretatie van De Schrift tot een criteria wordt voor anderen, en in uw hart veroordeelt u ze als ze niet opkomen tot uw ideaal… In het veroordelen van anderen, vellen ze een vonnis over zichzelf, en God verklaart dat dit vonnis rechtvaardig is.’ (M.B. 177-179.) {1SC3:2.4}

          “… Aldus is het een vanzelfsprekend feit, dat uw uitdelen van een kerkelijk ban aan mij volledig gebaseerd was, op ‘uw interpretatie van De Schrift als een criteria voor anderen’ in tegenstrijd tot het mijne; en het is volstrekt natuurlijk dat de leken, met maar beperkte studie van de vraag, ‘steunen op de arm van vlees,’(T.M. 106) in plaats van een persoonlijk onderzoek gecombineerd met een kennis verkregen door studie en gehoorzaamheid aan de waarheid. {1SC3:2.5}

Van Een Werker In Indiana

          Broeder C. T._______ onder datum 2 sept. licht zijn talrijke ervaringen op zijn reizen door het mid-westen uit in het belang van de HStaf, die wij door gebrek aan ruimte, hierin niet kunnen opsommen, en is in staat geweest een aantal families, te interesseren, waarvan velen van hen reeds volledig hun standpunt aan de kant van tegenwoordige waarheid hebben ingenomen. Behalve zijn openbare en privé studies, heeft hij veel van onze kosteloze literatuur verspreid. Onze gebeden met betrekking tot zijn pogingen zijn dat Gods Woord niet ledig tot Hem terug zal keren. {1SC3:2.6}

De Boodschap In Idaho

          Dr. En Zr. Roller, werkend in Couer d’Alene and Spokane, schrijven de interesse groeit daar, en dat ze “met een aantal studeren.” Als enkele lezers van de “Symbolische Code” Adventistische kennissen of familieleden in deze plaatsen hebben, verzoeken wij dat u Br. Roller met hen in contact brengt door een introductiebrief. Dit zal Br. Roller geweldig helpen in zijn werk, en hij zal heel dankbaar zijn voor alle ontvangen hulp. {1SC3:2.7}

Verheugende Uitdrukkingen Van Bekeerden Naar De Geest Der Profetie, Door “De Herdersstaf.”

Geliefde Broeders en Zusters,

          Ik heb beide delen van de HStaf en traktaten enkele keren met grote interesse gelezen. Het resultaat is dat mijn geloof in de Geest Der Profetie volledig is bevestigd. {1SC3:2.8}

Ik wil de waarheid kennen en doen, en het maakt me gelukkig om de mooie waarheden die voor me werden geplaatst, te hebben mogen leren, toen ik over de studies van de HStaf tezamen met de Geest der Profetie ging. {1SC3:2.9}

Mijn gebed is, terwijl ik tracht de boodschap naar onze broeders en zusters, en geliefden in de kerk te brengen,dat ze spoedig tot de kennis van deze reddende waarheid zullen komen. {1SC3:2.10}

                                                                   (getekend) Mw. C. Riehl

Geliefde Broeders en Zusters,

Ik kan naar waarheid zeggen dat de onderwijzingen van de HStaf, zo een effectief werk in mijn hart hebben bewerkt, dat ik geleid was om de Geest der Profetie boeken te kopen. Ik maakte ze dag en nacht tot een studie. Mijn Christelijk leven is veranderd in een nieuwe ervaring, waarvan ik zelf niet kan denken om het tegen welke prijs dan ook in te ruilen. {1SC3:2.11}

                                                          (getekend) Mw. Elizabeth Anderson

2

VRAGEN BEANTWOORD

Het Dekreet van Artaxerxes

          De vraag betreffend welk decreet van de Medo-Persische koningen moet worden toegeschreven voor de aanvang van de 2300 dagen van Daniel 8: 14 is hierin beantwoord: {1SC3:3.1}

          De Grote Strijd, blz. … (Great Controversy, p.328), geeft 457 v. Chr. als datum  van het uitvaardigen van het dekreet. Hierdoor, wordt door sommigen ook blz. … met Ezra 9: 9, begrepen als zijnde het dekreet dat de tempel te Jeruzalem heeft gebouwd. Maar een iets nauwkeurigere lezing van de bovenvermelde bladzijden, en de Bijbel zal het feit openbaren, dat de eerste drie dekreten die de bouw van de tempel (Ezra 6:14, 15) voltooiden, de weg voor bereiden, voor de verkondiging om de stad en de muren te herbouwen, de gebeurtenis is die de datum moet vaststellen, van het begin van de 2300 profetische jaren van Daniel 8:14,want het feit dat de engel tegen Daniel zei: “Weet daarom en versta, van de uitgang des woords, om te gebouwd worden en de muur, zelf in benauwdheid der tijden.” (Dan. 9:25), en niet vanaf het bevel om de tempel te bouwen. {1SC3:3.2}

          Verder, is het decreet van Artaxerxes, deel had in de bouw van de tempel (Ezra 6:14), niet hetzelfde, voor de bouw van de tempel werd beëindigd in de regering van Darius  (Ezra 7:15) , en Ezra stelt dat “na deze dingen,” (Ezra 7:1); dat is, na het voltooien van de tempel, de koning verkondigde: “En van mij, mij, koning Artaxerxes de koning, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles wat Ezra, de priester, de Schriftgeleerde der wet van de God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde.” (Ezra 7:21) {1SC3:3.3}

          Vandaar dat het dekreet in 457 v Chr., in het zevende regeringsjaar van Artaxerxes, de koning, die niet uitgevaardigd was voor de bouw van de tempel, maar veeleer voor de stad en de muur, ook voor het verfraaien van het huis van God dat enige jaren eerder voor het dekreet was voltooid, en voor de tocht van Ezra en Nehemia, die het bevel van de koning uitvoerden, de datum is van het begin van de 2300 dagen van Daniel 8:14. Zie het schema in traktaat nr. 4, blz. 20; ook “De Symbolische Code,” van augustus, jaargang 1934, blz. 5. {1SC3:3.4}

Christus In Het Heiligdom Boven En Ook In De Kerk Op Aarde

Met betrekking tot de vraag hoe het werk van Christus in het hemels heiligdom en de koets van Ezechiëls visioen, volgens traktaat nr. 1 kunnen overeenstemmen, dat wil zeggen, hoe kan Christus in het hemels heiligdom zijn en tegelijkertijd ook op aarde zijn, is als volgt beantwoord: {1SC3:3.5}

Het is begrepen, dat het werk van Christus zal doorgaan in het hemels heiligdom tot aan het einde van de genadetijd. Maar Inspiratie verklaard ook dat Hij in het midden van Zijn volk zal zijn—in de kerk op aarde—gedurende de tijd van de Luide Roep en de Derde Engelen Boodschap, want, zegt de Heer, “Ik zal in het midden van u wonen,” “en vele heidenen zullen te dien dage den Here toegevoegd worden.” (Zach. 2:11) “Juich en zing vrolijk, gij inwoners van Sion! Want de Heilige Israëls is groot in het midden van u.” (Jes. 12: 6) {1SC3:3.6}

De Geest der Profetie, beschrijft in de volgende citaten de tijd van Zijn komst om te wonen in het midden van Zijn volk: {1SC3:3.7}

“Ze zullen het werk en de positie van anderen in twijfel trekken en bekritiseren, ieder onderdeel van het werk bekritiseren waarin ze zelf geen deel hebben. Ze zullen zich voeden op de fouten en vergissingen en gebreken van anderen, ‘totdat’, zegt de engel, ‘de Heer zal opstaan van Zijn bemiddelingswerk in het hemels heiligdom, en Zichzelf zal kleden met de klederen der wrake, en ze zal verassen bij hun onheilig feest; en ze zullen zichzelf onvoorbereid vinden voor het bruiloftsmaal van het Lam.’” — Getuigenissen voor de Kerk”, blz. … “(Testimonies for the Church,”p. 690). {1SC3:3.8}

          Volume 5 , blz. 80 toont dat Hij de leiding over de kudde neem tegen de tijd van de reiniging van de kerk, en “Getuigenissen voor Predikanten,” blz…. (Testimonies to Ministers, blz. 300), stelt: “God zal manieren en middelen gebruiken, waardoor het gezien zal worden dat Hij de leiding in Zijn eigen handen neemt. De werkers zullen verrast zijn door de eenvoudige manieren, die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid, tot stand te brengen en te volmaken.” Vandaar dat, als we met onze sterfelijk verstand  Gods wegen ten vollen kunnen bevatten of niet, Zijn Woord is waarheid, hetgeen in het bovenstaande bewijst dat hoewel, Hij Zijn bemiddelingswerk in het hemels heiligdom zal voortzetten, tot aan het einde van de genadetijd, Hij ook gedurende de tijd van de Luide Roep, op de aarde in het midden van Zijn volk—de kerk, zal zijn. {1SC3:3.9}

          In het navolgende zullen we trachten een magere illustratie te geven, van hoe het mogelijk kan zijn met Hem. Laat ons onthouden dat Hij alom tegenwoordig is zoals beschreven door de profeet, zeggende: “Zo zegt de Heere, De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten.” (Jes 66:1) {1SC3:3.10}

3

          Als het mogelijk voor Hem was om in de eerste afdeling van het hemels heiligdom te zijn na Zijn opstanding, en tegelijkertijd op de troon van God, weg van het heiligdom (Openb. 22: 1; E.W. 55; zie traktaat nr. 3, pp. 21-23), waarom zal het dan onmogelijk voor Hem zijn om in het hemels heiligdom te zijn evenals op de aarde, aangezien Hij alomtegenwoordig is? Wij sterfelijke wezens zijn soms geneigd om zeer bekrompen conclusies te trekken betreffende God en Zijn werk, en beperken Zijn geheimenissen door Hem te vergelijken met sterfelijke wezens. {1SC3:4.1}

          Als een engel een reis kan maken van de hemel naar de aarde in minder dan vijftien minuten (Dan. 9: 23), is het dan ook niet redelijk dat Christus ook eveneens zo kan doen? Zijn antwoord aan Maria, na Zijn opstanding,”Raak Mij niet aan, want ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader,maar ga heen tot Mijn broeders en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader  en Uw Vader, en tot Mijn God en tot Uw God. Als het avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden en zeide tot hen: Vrede zij u lieden. (Joh. 20: 17,19), bewijst het feit dat Christus naar de hemel ging en dezelfde dag terugkeerde. Dus als het mogelijk is voor onze Generale Conferentie president om zijn zaak in Washington DC te behartigen, en tegelijker tijd een reis te maken naar een of ander ver land, hetgeen hem maanden zal kosten om het tot stand te brengen, is het niet veel meer mogelijk voor Christus om  beide plaatsen te bedienen, terwijl Hij heen en weer kan reizen, door een onbegrijpelijke grotere snelheid dan het licht? {1SC3:4.2}

          Dit feit is weer bevestigd door de woorden van Ezechiel, zeggende: De cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen.” (Ezech. 10:19) En daarna in hoofdstuk 11, vers 22 toont aan dat ze weer terug gekeerd waren. Laat niemand veronderstellen dat Christus als een gevangene is in het hemels heiligdom en dat Hij daar moet blijven, maar laat ons veeleer onthouden, dat Zijn Werk alleen daar is en dat naar Zijn Wil, Hij met meer gemak kan komen en gaan, dan een zakenman zijn zaken kan behartigen in zijn kantoor en tegelijkertijd thuis kan wonen. {1SC3:4.3}

Christus heeft verder dit voorval in de gelijkenis van Marc. 13: 34  geïllustreerd: “Want de Zoon des mensen is gelijk een mens, die een verre reis maakte, zie Zijn huis achterliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken.” “En na een lange tijd, [ vanaf zijn hemelvaart tot de reiniging van de kerk] kwam de heer  van deze dienstknechten en hield rekening met hen.” (Matt. 25: 19) Dus, de periode van Zijn afwezigheid eindigt bij de reiniging van de kerk, tegen welke tijd Hij afrekent met Zijn dienstknechten en Zelf de leiding over Zijn kudden neemt. {1SC3:4.4}

Petrus En De “Sleutels”

Legt U Alstublieft Matt. 16: 15-19 Uit.

          “Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon  Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze Petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. En Ik zal u  geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn. “(Matt. 16: 15-19)  {1SC3:4.5}

Laten we eerst de reden opmerken waarom Jezus aan Petrus in plaats van iemand anders van de discipelen zei: “Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen.” Petrus was de enige die het juiste antwoord op de vraag van Christus gaf, en Christus verkondigde dat “vlees en bloed,”niet de waarheid aan Petrus geopenbaard konden hebben, maar de “Vader,” alleen. {1SC3:4.6}

          Wanneer God iets aan een mens openbaart wat hij voor zichzelf niet kan vinden, is de Bijbelse term voor zo een openbaring, Inspiratie. Vandaar dat Jezus, verklaarde dat Petrus geïnspireerd was, en het onderwerp van de openbaring van Petrus, was het centrale thema van de verlossing van de mens—Jezus. De essentiële waarheid, die verkondigd moest worden in de tijd van Petrus, was dat Jezus Christus de Zoon van God was. Dientengevolge, had Petrus een boodschap rechtstreeks van de Vader, waarvan hij een schuldenaar aan ieder levende ziel onder de hemel, en waardoor ieder mens geoordeeld zou worden of tot redding of veroordeling. {1SC3:4.7}

          Vandaar dat de “sleutels,” die Christus aan Petrus gaf, de opdracht van het evangelie is, en zo lang Petrus deze opdracht uitdroeg, hadden hij en zij die zich toevoegden om met hem de boodschap te Verkondigen, de sleutels van het Koninkrijk , door welke ze konden binden of ontbinden op aarde en bekrachtigd in de hemel. Dus is het duidelijk dat een boodschap van de hemel, verkondigd door Gods gekozen dienstknechten, vol kracht is, en daardoor wordt het lot van de mens met betrekking tot zijn redding beslist. {1SC3:4.8}

4

          We zien dan duidelijk, dat de kerk niet de sleutel is, nog minder kan een mens of een groep mensen, de kracht hebben om te ontbinden of te binden met de goedkeuring van de hemel, tenzij zij dit doen door een boodschap rechtstreeks van God. Bovendien zal het opgemerkt worden dat “verschillende perioden in de geschiedenis van de kerk, ieder gemarkeerd zijn geweest, door de ontwikkeling van enige speciale waarheid, aangepast aan de noden van Gods volk in die tijd.” G.S. … G.C. 609. Dus wordt onze aandacht teruggeroepen naar het begin van de tijd. {1SC3:5.1}

          Het was omdat Noah, net als Petrus, een boodschap had, “sleutels,” voor de noden van Gods volk in zijn tijd dat in staat was te ontbinden of binden en als bewijs hiervan, stuurde God de vloed, waar tegen de poorten van de hel geen stand konden houden. Evenzo, had Abraham de “sleutels,” en dus zei God tegen hem: “Ik zal zegenen die u zegenen, en die vervloeken, die u vloekt, en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.”(Gen. 12:3) Aldus was Sodom en Gomorrah, “gebonden,”—veroordeeld. {1SC3:5.2}

          Zo was het ook in de exodus beweging, want Mozes had een boodschap—“sleutels,” van God en daardoor werden de vrijheid, gevangenschap en vernietiging van Gods oude volkeren, eeuwig vastgesteld. Toen zeide Mozes: Hieraan zult gij bekennen, dat de HEERE mij gezonden heeft, om al deze daden te doen, dat zij niet uit mijn eigen hart zijn. Indien dezen zullen sterven, gelijk alle mensen sterven, en over hen een bezoeken zal gedaan worden, naar aller mensen bezoeking, zo heeft mij de HEERE niet gezonden. Maar indien de HEERE wat nieuws zal scheppen, en het aardrijk zijn mond zal opendoen, en verslinden hen met alles wat hunner is, en zij levend ter helle zullen nedervaren; alsdan zult gij bekennen, dat deze mannen den HEERE getergd hebben. En het geschiedde, als hij geëindigd had al deze woorden te spreken, zo werd het aardrijk, dat onder hen was, gekloofd; En de aarde opende haar mond en verslond hen met hun huizen, en alle mensen die Korach toebehoorden en al de have.” ( Num. 16: 28-32) {1SC3:5.3}

          Het is waar, het ceremoniële systeem was door Mozes aan God oude volk opgedragen, maar later, toe ze weigerden Gods boodschap te accepteren, die speciaal was aangepast aan de noden van Zijn volk in het afsluiten van het ceremoniële stelsel in type, nam Christus de “sleutels,” van de Joodse leiders, en gaf ze aan de grondleggers van de Christelijke kerk. {1SC3:5.4}

Ondanks het voorbeeld dat God stelde van de Joodse leider, de opvolgers na de apostelen, als de opvolgers van Mozes, door het aannemen van wereldse gewoonten en het verwerpen van de boodschap van Luther, verraden ook zij hun heilige toevertrouwen. Vandaar dat de “sleutelen van het Koninkrijk van de hemel,”van de vroeg Christelijke kerk (Katholieke later) werden weggenomen, en toevertrouwd aan de Lutheranen, en zo neerwaarts door de Reformatie tot de prediking door Wm. Miller. Toen de Protestantse kerken in die tijd Millers boodschap verwierpen, weigerden ook zij, onbewust om nog langer, de beheerders van de heilige sleutels te zijn. Aldus bezaten Miller en zijn bondgenoten hen, tot Gods volgende boodschap in 1844, toen de sleutels doorgegeven werden van de Millerieten beweging naar de Z.D.A. kerkgenootschap.

Het is dan vanzelfsprekend dat de Z.D.A. kerkgenootschap de “sleutels,” zou hebben gedurende de periode van het oordeel van de doden, of gedurende de tijd voorafgaand aan de tijd van de Luide Roep of de Drie Engelen Boodschap—het oordeel der levenden. {1SC3:5.5}

          Dien ten gevolgen, aangezien ze nu de boodschap aan de Laodicenzen verwerpen, die in vergelijking is als de boodschap van Johannes de Doper aan de Joodse kerk, herhalen ze de geschiedenis van dat volk. Vandaar dat  zoals de Joodse leiders in het verwerpen van de Doper’s boodschap onbewust de “sleutels,” kwijt raakten, evenzo, geeft de Z.D.A. kerkgenootschap in het verwerpen van de “adviezen van de Ware Getuige aan de Laodiceanen,” welke boodschap is vervat in de Herdersstaf,” blind het bezit van de “sleutels,”aan de volgelingen van de Staf. Dus wanneer de Rooms Katholieken, ook de Grieken, en anderen, de banvloek uitspraken over diegenen die het niet met hen eens waren, veroordeelden ze alleen zichzelf en waren machteloos om noch te ontbinden  of te binden, wat dan ook iemand deed wat de hemel erkende. {1SC3:5.6}

Dingen te Onthouden

Onze arbeidsbureau verlangd naar werkelijke activiteit. Daarom is het heel dringend dat iedere gelovige in tegenwoordige waarheid, verslag doet aan deze afdeling, zodra hij hoort of als hij enig werk te doen heeft—klein of groot. Het is ook noodzakelijk dat zij die werk wensen te verkrijgen dit doorgeven. Geef het soort werk aan waar u het best geschikt voor bent en de hoeveelheid ervaring die u heeft gepaard gaand in die bepaalde lijn, want het is onze wens om de juiste persoon op de juiste baan te plaatsen. {1SC3:5.7}

          De kosteloze verspreiding van onze traktaten is alleen mogelijk gemaakt door een vrijwillig offer. Mogen we daarom dit voorrecht aan allen doen toekomen, die een deel wensen te hebben in de financiële ondersteuning van deze kosteloze literatuur?  We stellen voor dat iedere leider, eens per week een offer ophaalt van zijn klas, voor deze waardevolle onderneming en dat zij die geïsoleerd zijn, indien mogelijk iedere week iets aan de kant leggen, zelf al is het maar een stuiver, en het naar dit kantoor opgestuurd laten worden, zodat het voor dat doel bestemd kan worden. {1SC3:5.8}

Denk aan het aangewezen uur voor gebed iedere vrijdag middag. {1SC3:5.9}

5

          De Universele Uitg. Ass. , Postbus 68, Station K, Los Angeles, Calif.

>